De mythe van de melancholische kunstenaar

December 2012, F. Suzanne Scholten ©

Waarom spreken Pollock, Van Gogh, Virginia Woolf en andere getroebleerde kunstenaars voor zo velen tot de verbeelding? Hoe is deze mythe rond de melancholische kunstenaar ontstaan en waarom blijft deze maar terugkomen? En in hoeverre doet deze mystificatie recht aan de realiteit van creativiteit en depressie?

Na een korte omschrijving van de ontstaansgeschiedenis, wil ik hier enige kanttekeningen plaatsen ten opzichte van dit beeld en waarom het naar mijn idee niet bijdraagt aan de realiteit van wat creativiteit en depressie is. Ondanks dat creativiteit en depressie vaak met elkaar in verband worden gebracht, is in wezen depressie allesbehalve creatief.

Het kunstenaarschap
De praktijk van de kunstenaar heeft zich in de loop der tijden ontwikkeld van ambacht tot een meer zelfstandig autonoom beroep.
Tot in de middeleeuwen had het kunstenaarschap weinig aanzien. Er werd onderscheid gemaakt tussen de ambachtelijk kunsten (artes mechanicae) en de vrije kunsten (artes liberales).
Monnik Theophilus Presbyter schreef rond 1100 over de kunst als ambacht, een handwerk in dienst van God. Aan de hand van begrippen als inventio en ingenium bracht hij de kunst in verband met religieuze gevoelens (Diversis Artibus).
De positie van de kunstenaar ontwikkelde zich verder door een toename van het aantal opdrachtgevers en de groei van opdrachten. Eind 13e eeuw gaan kunstenaars zich organiseren in gilden, welke eind 16e eeuw min of meer werden overgenomen door nieuw opgerichte academies.

Zelfbewustzijn en het zelfportret
Het groeiende zelfbewustzijn en de verschillende rollen die de kunstenaar zich eigen maakte is terug te zien in het thema van het zelfportret.
De persoon van de kunstenaar werd steeds belangrijker, dat begon in de renaissance in Italië. Daar begonnen kunstenaars hun werk te signeren in de vorm van kleine zelfportretjes verwerkt in het schilderij.
Het zelfportret wordt uiteindelijk een zelfstandig thema in de kunsten en het aanzien van de kunstenaar nam toe. Dit bleek ook uit de diverse autobiografieën die van kunstenaars verschenen.
Het toenemende zelfbewustzijn is verder terug te vinden in diverse literatuur en kunstwerken, zoals grafkunst, decoratieprogramma’s en in autonome zelfportretten vanaf midden 15e eeuw.
Er werd onderscheid gemaakt tussen de hofkunstenaar, de academische geschoolde kunstenaar en de niet-academische op de vrije markt gerichte kunstenaar. In het zelfportret speelt de kunstenaar met zijn rol en de manier waarop hij zich wenst te presenteren, dat kon variëren van edelman, hofkunstenaar tot geleerde.

Rembrandt van Rijn (1606-1669) maakte vele zelfportretten, waarin hij verschillende typen kunstenaars toonde van hautain, feestelijk tot realistisch en pretentieloos.

Rembrandt van Rijn (1606-1669) maakte vele zelfportretten, waarin hij verschillende typen kunstenaars toonde van hautain, feestelijk tot realistisch en pretentieloos.

Creatieve drift
De artistieke persoonlijkheid van de kunstenaar kreeg gaandeweg steeds meer belangstelling. Kunstenaars kregen eigenschappen toegedicht als goddelijk geïnspireerd, excentriek en grillig. Het beeld van de kunstenaar als kind van Saturnus, met een creatieve melancholische karakterstructuur, deed zijn entree.
Ook de beoordeling van kunstwerken veranderde en de kunstkritieken werden meer persoonlijk en psychologisch. Daarbij werd de kunstenaar wel gezien als goddelijk geïnspireerd en bezeten door creatieve drift.
Een bekend voorbeeld is Michelangelo (1475-1564), wiens creativiteit als goddelijke eigenschap werd benoemd, daarnaast was hij eigenzinnig en leed aan depressies.
Al met al begint hier het beeld te ontstaan van de kunstenaar als creatief melancholicus, wat in de loop der tijd een eigen en geromantiseerd leven is gaan leiden.

Saturn (Kronos) – Salvador Dali (1904 – 1989)

Bohémien, dandy, revolutionair
Het imago van de kunstenaar nam verschillende vormen aan, van bohemien, dandy tot revolutionair.
Het kunstenaarsbeeld van de bohémien komt na 1830 op, de kunstenaar als zigeuner, onbekommerd ongebonden vrij, maar wel succesvol. Er zijn verschillende soorten bohémiens, zoals te lezen is in het boek Scènes de la vie de bohéme van Henri Murger uit 1851. Het bekendste type is wel de miskende kunstenaar, armoe troef, met een afkeer van de maatschappij en bovenal een grote liefde voor de kunst.
Dan de dandy, dit type ontwikkelde zich in de 19e eeuw vanuit Engeland. Voorbeelden hiervan zijn schilders als Delacroix en Manet of schrijvers als Baudelaire. De dandy gedraagt zich hautain en elitair, wat zich uit in uiterlijk vertoon en provocerend gedrag.
Maar er komt kritiek op het kunstenaarsbeeld van de ivoren toren. Eind 18e eeuw wil men meer engagement, er is behoefte aan democratie en maatschappelijke betrokkenheid. Kunst moet mensen inspireren, motiveren en richting geven. Deze revolutionaire kunstenaars zetten zich af tegen de dandy’s, de bohemiens en de grillige genieën. Ze hebben politieke idealen en geen behoefte aan flamboyante kleding.

Tegenwoordig kan de kunstenaar kiezen en zich allerlei rollen aanmeten, van vernieuwer, revolutionair, ondernemer, maatschappelijk werker tot eigenzinnig excentrieke outsider. Dit heeft te maken met de huidige positie van de kunstenaar. Was het vroeger duidelijk wat er van hem of haar werd verwacht, tegenwoordig zijn daar veel meer verschillende invullingen aan te geven.
De verschillende opvattingen over het kunstenaarschap zijn zeer uiteenlopend, er is zou je denken voor ieder wat wils. Maar het is ook betrekkelijk, veelal ligt de nadruk op de presentatie van de kunstenaar als persoon, inmiddels een kunst op zich. Een kunstenaar zei: “Ja, je moet je wel weten te presenteren als kunstenaar, dat gaat van je website tot aan je kledingstijl aan toe.” Nu begrijp ik deze opmerking wel, maar de vraag is hoe belangrijk het is; hoe serieus je het neemt en vooral hoe ver je daarin wilt gaan? Want ook dit is een stijlkeuze, welke in het beste geval overeenstemt met het eigenlijke werk als artiest.

Frans schrijver en dandy, Robert de Montesquiou (1855-1921) geportretteerd in 1897 door Giovanni Boldini (1842-1931)

De depressieve mythe
Het beeld van de kunstenaar als melancholische einzelgänger is niet voor niets nog steeds een voortlevende mythe. Een geromantiseerd beeld wat voor velen tot de verbeelding spreekt, de doldwaze ziener, geniale gek, de aantrekkingskracht van de zelfkant.
Er zijn meerdere beroemde depressieve kunstenaars op te sommen, maar laten we wel wezen, niet iedereen die aan stemmingswisselingen lijdt is creatief en heeft talent. Er zijn nog altijd heel veel mensen met depressie die niet creatief zijn of niet uitblinken op hun vakgebied. Creativiteit wordt graag in verband gebracht met melancholie en gekte, maar in feite komen stemmingswisselingen en depressie voor in welke doelgroep of vakgebied dan ook.

Daarnaast zijn er verschillende vormen van depressiviteit te onderscheiden, waar in deze hele context vaak gemakkelijk aan voorbij wordt gegaan.
Er mag dan de laatste jaren steeds meer aandacht zijn voor psychische stoornissen, zoals depressie, maar behalve dat er meer pillen worden voorgeschreven, blijft het praktisch gezien een taboe. Er is bij de meesten maar weinig bekend over wat het praktisch inhoudt en het zijn vooral clichés die rond gaan. Men denkt al snel te weten wat depressie is, is zelf ook wel eens depri of het is dwepen met het afgesneden oor van Van Gogh. Veel ertussenin is er schijnbaar niet.

De beroemde en vaak extreme voorbeelden van kunstenaars, schrijvers en wetenschappers die grote hoogten wisten te bereiken, deden dit zeer waarschijnlijk niet tijdens het dieptepunt van een depressie, maar in een kleine opleving, ervoor, erna of tijdens een manische fase. En wat in het romantische beeld van de getergde kunstenaar maar vaak genoeg wordt vergeten, is dat een groot aantal van hen voortijdig het leven beëindigde, niet bepaald romantisch.

Outsider art – Psychedelisch landschap – Jan Kervezee

Outsider art
Depressie is een staat van passiviteit en negativiteit, dit levert dan ook weinig kunstigs op. Het kan mogelijk naderhand wel voor inspiratie zorgen, maar alleen dan wanneer het omgevormd of in een perspectief is geplaatst. Het gaat erom dat er een bepaalde afstand en relativering mogelijk is.
Kunst komt voort uit een weloverwogen daad. De maker is zich bewust en zeker van wat hij/zij aan het doen is en heeft daarover nagedacht. Daarbij is er sprake van enig kunstbegrip. Het moet zichzelf kunnen overstijgen, anders is het creatieve therapie.
Hierin ligt een verschil met de zogenaamde outsiderkunst van psychiatrische patiënten. Hierbij is veelal sprake van een ander soort noodzaak of behoefte om iets te maken. Maar een eenduidige, heldere grens is hierin niet te trekken.

Allesbehalve creatief
Creativiteit heeft van doen met vrije associatie en een inventieve manier van waarnemen, denken en doen.
Depressie daarentegen is star, dodelijk vermoeiend en allesbehalve creatief.
Er is hier natuurlijk nog veel meer over te zeggen, maar kortom staan een beetje gespeelde melancholie en prettige gestoordheid wel artistiek, maar heeft het in werkelijkheid niets te maken met het leven met depressies.

December 2012, F. Suzanne Scholten ©

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *