Tagarchief: kunstkritiek

Kunst en de ervaringshorizon

Je hebt mensen die voor ze een film gaan kijken eerst opzoeken waar de film over gaat, wie de acteurs zijn en in welk jaar de film gemaakt is. Maar je hebt er ook die zonder enig vooronderzoek de film direct gaan bekijken. Afgezien van de beweegredenen, hebben beiden hun voor- en nadelen. Bepaalde kennis over een film of kunstwerk zal de blik van de toeschouwer beïnvloeden, de wijze waarop dit gebeurt is individueel verschillend.

Kunst en kennis

De kunstenaar bepaalt volgens persoonlijke criteria of een werk al dan niet voltooid is en de beschouwer interpreteert vervolgens op zijn eigen wijze het kunstwerk.
Kennis, zoals het ontstaan, tijd, plaats en informatie over de kunstenaar, beïnvloedt de interpretatie. De context van het kunstwerk speelt dan een rol in de beoordeling van de beschouwer. Maar de context van de beschouwer zelf speelt eveneens een belangrijke rol in zijn kunstbeleving.

Kennis en werkelijkheid

Achtergrondinformatie kan worden opgevat als een verrijking, maar ook als een verarming. Het kan meer inzicht geven, maar ook de vrije interpretatie belemmeren.

Hans-George Gadamer stelt dat er geen duidelijke scheiding is tussen kennis en werkelijkheid, tussen interpretatie en het kunstwerk. De interpretatie van kunst kan niet los gezien worden van de toeschouwer als individu.

De subjectieve interpretatie

Er is geen methode welke altijd een juiste interpretatie van het kunstwerk geeft. Je kunt je ook afvragen of dat wenselijk zou zijn en waarom? Want wie of wat bepaalt wat een goede of minder goede interpretatie van een kunstwerk is? Bestaat er wel zo iets als een objectieve werkelijkheid?

Iedereen interpreteert vanuit zijn eigen persoonlijke ‘ervaringshorizon’, zoals Gadamer dat noemt. Hij stelt dat kunstbeleving een ‘versmelting van enerzijds de ervaringshorizon van de kunstenaar en anderzijds die van de beschouwer’ is.

Betekeniswaarde van kunst

De waarde van een kunstwerk zou je kunnen bepalen aan de hand van het aantal interpretaties. Hoe meer betekenissen het kan geven, hoe waardevoller het werk is. Hoe meer interpretatiemogelijkheden, hoe meer het te bieden heeft.
Het kunstwerk heeft dan dus niet één bepaald nut, maar is op velerlei wijzen van waarde

Wat is de waarde van ongeziene kunst?

Volgende vraag is dan of een kunstwerk wat niemand ziet of gezien heeft, daarmee ook geen enkel nut heeft? Met andere woorden, heeft kunst zonder beschouwer waarde?

Zie ook: Als er een boom omvalt in het bos en er is niemand in de buurt, is er dan geluid?
hergens.net/how-charming-is-divine-philosophy/

Zie ook: Denken over kunst, een kennismaking met de kunstfilosofie van A. Van den Braembussche Google books

scheidend vermogen

Paint it

Bij galerie Witteveen is tot en met 12 juli de groepsexpositie ‘Paint it’ te zien. De tentoonstelling bestaat uit schilderijen en is samengesteld door beeldend kunstenaar Arno Kramer. Zelf bekend van zijn tekenwerk, heeft Kramer gekozen voor krachtige, kleurrijke en overwegend figuratieve schilderkunst.

Levensgroot opent de expositie met twee schilderijen van Niels Smits van Burgst en Stijn Peeters. Beide schilderijen tonen een man in een landschappelijke omgeving.
Mr Ivanov, the Squirrel and the disappeared Tumblr-boy” van Niels Smits van Burgst, toont een jongeman, schuin van boven bezien, staand langs een keienpad. De jongen kijkt ietwat onnozel schuin omhoog naar de beschouwer, alsof hij betrapt is en zich een houding aanneemt van “maar ik wist niet dat…”. Het linkerdeel van het schilderij bestaat uit leeg wegdek en wat berm begroeiing. Niels Smits van Burgst benut zijn schildersdoeken tot de laatste centimeter. Het zijn massieve bouwwerken, welke door de fragmentarische schilderstoets toch luchtig en levendig overkomen.
Op het schilderij ‘Bone (medival style)’ van Stijn Peeters staat een man licht voorovergebogen, met de handen aan zijn mond. Het landschap op de achtergrond is leeg en opgebouwd uit gelaagde wolkenpartijen, welke in de verte overgaan in een horizon.
Het schilderij heeft net als het doek van Smits van Burgst een directe schilderstoets, maar is minder massief en meer open in lagen geschilderd. Het licht komt van achter de man en strijkt over zijn schouders, wat het geheel een zekere dramatiek geeft. De houding van de man versterkt dit eveneens. De plantengroei op de voorgrond is echter geheel uitgelicht, waardoor de dramatiek een vervreemdende werking krijgt.

Stijn Peeters

Tegenover deze twee indrukwekkende schildersdoeken hangt werk van Maartje Overmars en René Korten. Deze werken zijn kleiner van formaat, maar geven een kordaat antwoord. Van zowel Overmars als Korten is de schildertechniek afstandelijker en een persoonlijke schilderstoets lijkt nagenoeg afwezig. In deze schilderijen speelt het toeval, de techniek en het materiaal verf, een belangrijker rol. Al doet het werk bijna plat en grafisch aan, het is suggestief en spreekt tot de verbeelding.
Beiden geven ze tegenwicht aan de overvloed van kleurrijke figuratie in de tentoonstelling. Ze brengen de kijker zonder omwegen naar de essentie: verf op doek.

Als tussenakkoord twee schildersdoekjes, welke verbonden zijn met olieverf; “The fragile situation of two canvases not attached to each other”. Deze voorstelling bestaat uit twee gearmde jongemannen in een landschap. Door de onderwerpskeuze, schilderstrant en overvloedige olieverf sluit dit werk van Sam Samiee goed aan bij de voorgaande schilderijen.
Bij Andrea Freckmann wordt het landschap vervangen door interieur. ‘Lotte und die Nachtfalter’ is een redelijk groot doek waarop een vrouw een bezwerende dans uitvoert in een slaapkamer waarin planten de ruimte overwoekeren. Schilderen is bij Freckmann ongecompliceerd en oogt eenvoudig, de voorstellingen zijn frivool en bevreemdend.

Van open gelaagdheid, toeval of prominente schilderstoets is bij ‘Studio’ van Koen Ebeling Koning geen sprake. Het schilderij is bedachtzaam opgezet als een uitgewerkte tekening en toont de kunstenaar in zijn atelier. Door de schilderwijze, maar ook door de bevroren houding van de schilder, doet het denken aan een afbeelding uit een stripboek.
Een sober gekleurd doek ‘Girls with white ribbons’ van Chantal Spit tempert de kleurrijkdom in de tentoonstelling. Vijf meisjes zitten in een kring, een aandoenlijk, maar beklemmend tafereel. Het werk van Spit is verraderlijk van eenvoud, in de vlot geschilderde penseelstreek is een onbestendige sfeer gevangen.
Mirjam Hagoort sluit hierbij aan in grijstonen. Haar werk, een serie campinglandschappen, helt over de grens van schilderen naar mixed media en grafiek.

Na het ingetogen werk van Hagoort komt het in de achterruimte tot een kleurexplosie met de schilderijen ‘Synchronized’ en ‘Yours for ever’ van Gé-Karel van der Sterren.
Deze schilderijen doen evenals ‘Studio’ van Ebeling Koning denken aan stripboeken, vooral de beeldtaal van ‘Synchronized’. Echter bij Van der Sterren gaat het schilderij verder dan de voorstelling, welke verhalend en bijna gimmicks zijn. De schilderijen zijn vurig van kleur, spottend van voorstelling en tonen met compassie de onmachtige mens.

Gé-Karel van der Sterren

Ook bij Kars Persoon staat de mens centraal, maar dan op een meer intuïtieve wijze. Met een verfijnd palet worden de figuren vanuit verschillende invalshoeken geschilderd. Solide vorm wisselt af met transparantie en grove textuur met verfijnde details.
In de projectruimte verrast ‘The chair’ van Koen Ebeling Koning. Dit poëtische schilderij heeft net als ‘Studio’ het eigen atelier als onderwerp. Het toont een stoel staande voor een schilderij waarop twee liggende personen zijn afgebeeld.
Ook in de projectruimte hangt ‘Artist (for sale)’ van Smits van Burgst, waarop de kunstenaar zich voortsleept in de chaos van zijn atelier.

Tot slot zijn op de bovenverdieping naast Sam Samiee de portretten van Carla Kranendonk te zien. Zij combineert schilderen onder meer met collage. De Afrikaans aandoende portretten zijn statig, rijk gedecoreerd en kleurrijk.

Paint it’ laat de vitaliteit van de schilderkunst zien.
Ondanks de bonte stoet aan schilderijen blijft de tentoonstelling in balans.
De onderwerpen en schilderwijze hebben binnen de expositie hier en daar overeenkomsten, zoals figuratie, kleurgebruik, maar een duidelijke samenbindende thematiek is er niet.
Arno Kramer heeft zich in zijn keuze niet laten leiden door een specifiek onderwerp of thema, maar gekozen voor enthousiasme, toewijding en overgave aan de schilderkunst.

Deelnemende kunstenaars:
Koen Ebeling Koning, Andrea Freckmann. Mirjam Hagoort, René Korten, Carla Kranendonk, Maartje Overmars, Kars Persoon, Stijn Peeters, Sam Samiee, Niels Smits van Burgst, Chantal Spit, Gé-Karel van der Sterren.
Samenstelling o.l.v. Arno Kramer

Expositie ‘Paint it’ is te zien tot en met 12 juli 2014
Openingstijden: dinsdag t/m zaterdag 12-18 uur
Galerie Witteveen – Witteveen visual art centre
Konijnenstraat 16 A, Amsterdam
06/2014, F. Suzanne Scholten

Zie ook: Nieuwe Romantiek bij Galerie Witteveen http://hergens.net/nieuwe-romantiek-bij-galerie-witteveen/

Nieuwe Romantiek bij Galerie Witteveen

Recensie geschreven naar aanleiding van Workshop Kunstkritiek o.l.v. R. Perrée 2013.

De expositie ’Connected in difference’ in galerie Witteveen toont werk van 19 kunstenaars, van wie de meer dan 40 werken zeer uiteenlopend in stijl, onderwerp en vormgeving zijn. Gezamenlijk dragen zij met deze expositie een nieuwe romantiek uit. Een romantiek, waarin de mens zich niet enkel verhoudt met het grootse en natuurlijke landschap, maar waarin hij is overgeleverd aan zichzelf en zijn lot, in een wereld vol schoonheid, magie en rampspoed.
De tentoonstelling neemt je mee in een onbekende wereld, waarin bekoorlijkheid en beklemming elkaar afwisselen. Een opmerkelijk onderdeel zijn de statements van de deelnemende kunstenaars in woord en beeld.

Door de grote verschillen onderling vallen sommige werken uit de toon. Zoals de figuratieve foto’s van Marrigje de Maar en Harvey Lisse, welke op klassieke wijze verstilling en verlatenheid verbeelden. Bij nadere beschouwing van de expositie zijn deze foto’s als lijm en houden ze de expositie in balans. Zonder deze werken, waaronder ook de foto’s van Wout Berger, zou de expositie overhellen in dramatiek. Behalve als rustpunt, zijn zij als de triangel in het orkest, en geven extra subtiliteit aan de expositie.

Ander werk spreekt zich sterker uit en draagt de expositie. Zo word je bij binnenkomst meteen getroffen door het kleurrijk vrouwenportret van Gé-Karel van der Sterren. De verf is direct en hier en daar zeer pasteus op het doek aangebracht. Het kleurgebruik doet tropisch aan. De vrouw draagt een hoofdtooi in de vorm van een 18e eeuwse pruik. In tegenstelling tot het landschap en haar kledij bestaat haar gezicht en buste uit smeuïge vleesgeworden verfstreken, welke een landschap op zich vormen. Vanachter de verflaag kijkt ze ietwat verweesd opzij het beeld uit. De toon is gezet.

Gé-Karel van der Sterren, Z.T.

De kunstwerken in de tentoonstelling verleiden het oog met sprankelende kleurcombinaties en geraffineerde details. Ook de rangschikking van de werken onderling is weloverwogen. Elegant op elkaar aansluitend, dan weer onverwacht contrasterend.
In de eerste zaalruimte sluiten de werken poëtisch op elkaar aan in kleur en vormtaal. De bijna zoete kleurcombinaties overstemmen een zwarte grondtoon. Zoals de satijnen parasol en paraplu van Martin Fenne bescherming bieden tegen felle zon en regen.

Wat verderop in de expositie bekruipt hetzelfde gevoel je, wanneer je de foto’s van Diana Blok bekijkt. Op een zonnig strand slapen twee mannen, ’Sleepers with slippers’ is de titel, maar door de synchrone liggende houding met opgetrokken been, vraag je jezelf af of de mannen wel slapen of dat ze op iets wachten. Een volgende foto toont een zwevende man boven de horizon van de zee. Hij hangt in de lucht, op het dode punt, waarop de zwaartekracht het elk moment kan gaan overnemen. Als een Icarus, zwevend vrij met de eindeloze zee als achtergrond, maar gedoemd om naar beneden te vallen. De derde foto van Diana Blok toont een man, op de buik gelegen op een steiger aan het strand. Ook hier rijst de vraag wat de man daar doet. Op de buik gelegen met zijn hand onder de borst en met een doek om zijn hoofd, geeft hij, ondanks de titel ‘Sleeper in love’, niet de indruk ontspannen te slapen. Zijn houding en het strand bij eb geven meer de indruk dat hij is aangespoeld. Leeft hij eigenlijk nog wel?

Diana Blok, Sleeper in love, foto, ed. 2/5

In de derde en grootste zaalruimte komt de nieuwe romantiek volledig tot uiting. Een wereld waarin niets is wat het lijkt en de kijker is overgeleverd aan illusies.
Het schilderij van Gé-Karel van der Sterren toont in felle, bijna fluorescerende kleuren twee achtergelaten pumps en wat kleding op het strand. In de verte, aan de zeelijn, staat een vrouw. De lucht is donker en dreigend. Wacht ze op mij, als beschouwer, of ik ook het water in zal gaan? Of kijkt ze vertwijfeld achterom? Hier is geen sprake van een ongecompliceerde strandvakantie.
In de levensgrote ets ‘Verrijzen’ van Paul van Dongen, komt de vrije val van Diana Blok terug. Hierop zijn drie naakte mannen afgebeeld op het moment dat ze in de lucht hangen. Ze springen tegelijkertijd omhoog, maar het kan evengoed zijn dat ze worden weggeblazen door een explosie. De afgewende hoofden en de afwerende arm versterken dit laatste. Maar een realistisch oorlogstafereel is het niet, want ze zijn naakt. De vraag is welke kracht verheft deze mannen?
Van zoete kleur is allang geen sprake meer in de grote tekening ‘Beasts of Bethlehem’ van Ron Amir. Vol symboliek wordt hier een fragmentarisch visioen verbeeld in contrastrijk zwart en wit.
Hiertegenover staat de beeldengroep van Paul de Reus; een man, vrouw en kind. Het kind heeft in zijn ene arm een schaal pruttelende zeepsop en in zijn andere hand een bellenblaas. De man en de vrouw, die tegenover het kind staan, neigen hun hoofden naar elkaar toe, waartussen een grote doorzichtige luchtbel is geklemd. Zo houden ze samen de illusie hoog.
In deze grote zaalruimte is de symboliek niet mis te verstaan, de boodschap is duidelijk. De droom kan elk moment omslaan in een nachtmerrie.

Om aan deze dreiging te ontkomen, biedt een smalle doorgang naar de ruimte met werk van Hamid el Kanbouhi uitkomst. De besloten ruimte is als een kleine tempel, waar je tijdelijk tot rust komt. De keramische beeldjes in het midden en de schilderijen sluiten perfect bij elkaar aan en zijn harmonisch opgesteld. De kleine reeks schilderijen zijn opgebouwd uit verschillende lagen, alsof de maker de onderlaag heeft overgeschilderd. Vanuit deze maskerade verschijnen steeds nieuwe figuren. Als een optische illusie doen deze denken aan de zaal-strik van René Daniëls. En zo blijkt ook hier niets te zijn zoals het lijkt.

Hamid el Kanbouhi, Kamschierologie, Het Nieuws, keramiek

Van Chantal Spit hangen in de bovenruimte een aantal schilderijen, waaronder ‘Twee meiden’. Hierop staan twee ouderwets en onschuldig aandoende meisjes in een grauw landschap. Zij wachten op wat er komen gaat. In dezelfde ruimte hangt de tekening – installatie van Joyce Zwerver. Op het eerste gezicht een verzameling vieze tissues, totdat je opeens hier en daar figuren ontdekt in de vlekken. Ze doen denken aan negatieven van foto’s. De bevlekte tissues krijgen een lading, alsof het sporen zijn van een gebeurtenis. Doordat ze geordend in rijen hangen, wordt het beeld versterkt dat het hier gaat om een reconstructie of bewijslast.

De expositie ‘Connected in difference’ toont een veelzijdig beeld van een begoochelde wereld, waarin esthetiek en subtiele ironie het onheil op afstand houden. Een illusoire belevenis, waarbij zowel gevoel als verstand worden aangesproken.

De kunstenaarsstatements zijn ontnuchterend. Zoals het bevrijdende statement van Chantal Spit luidt: “De vogel zingt, omdat de vogel zingt.”.

De expositie bij galerie Witteveen is nog te zien tot en met 21 december 2013.

Deelnemende kunstenaars:
Ron Amir, Wout Berger, PJ Bruyniks, Diana Blok, Paul van Dongen, Martin Fenne, Hamid El Kanbouhi, Jasper van der Graaf, Nour-Eddine Jarram, Esther Jiskoot, Harvey Lisse, Marrigje de Maar, Joachim Nieuwhof, Paul de Reus, Eva Roovers, Kura Shomali, Chantal Spit, Gé-Karel van der Sterren en Joyce Zwerver.

Curators: Rob Perrée en Oeke Witteveen

Witteveen visual art centre
Openingstijden: dinsdag t/m zaterdag: 12:00 – 18:00 uur
Konijnenstraat 16 A – 1016 SL Amsterdam
t. 020 – 623 96 84
www.galeriewitteveen.nl

15 dec. 2013, F. Suzanne Scholten