Nutteloze kunst

In tijden van crisis leer je je vrienden kennen. Wat vaak betekent dat je, op een enkeling na, helemaal geen vrienden blijkt te hebben. Niet alleen in het privéleven, ook in maatschappelijk opzicht komt de waarheid boven drijven als het water aan de lippen staat.

Dvd-tje kijken met een sekswerker

In tijden van crisis moet je prioriteiten stellen. En zo blijkt dat kunst en cultuur in Nederland in tijden van corona ondergeschikt is aan sekswerk en een dvd-tje kijken. Ik stel me voor dat de combinatie van die twee voor bepaalde personen een kunstzinnig hoogtepunt is.

De hele discussie en alle verontwaardiging vanuit de kunst- en cultuursector over het coronabeleid ten aanzien van kunst en cultuur en de bijbehorende uitspraken van politici heb ik weinig gevolgd. Want het is begrijpelijk, voorspelbaar en een herhaling van zetten, als een gebed zonder end.

De betekenis van kunst

De betekenis van kunst en cultuur in de maatschappij valt te verklaren vanuit de geschiedenis, samenleving en politiek. Je kunt ook kijken naar de gebruikswaarde van kunst, de bestaanswaarde van collecties en cultureel erfgoed, de economische waarde, zoals export en toerisme. En natuurlijk de sociale waarde voor gezondheid, onderwijs en samenleving en mogelijke demografische effecten en invloeden op de sociale geografie.

Maar wanneer je een kunstenaar vraagt naar de betekenis van kunst, krijg je ook een antwoord. Wat betekent kunst en cultuur voor de makers ervan? En wat is de rol van de kunstenaar in de maatschappij?

Cliché kunstenaar

Het is onbeleefd om zomaar te vragen naar de hoogte van iemands inkomen. Maar gaat het om een kunstenaar dan schijnt de vraag ‘of je er een beetje van kunt rondkomen?’ normaal te zijn. Veelal gevolgd door de welbekende riedel over hoe moeilijk het is om van kunst te leven.

De kunstenaar verhaalt over de moordende concurrentie, het hongerloontje of de zogenaamde ‘gratis exposure’, de verziekte mentaliteit binnen de kunstwereld, het gebrek aan kennis en waardering in de maatschappij en ga zo maar door, het is een tranendal.

Om tot slot met een hemelse blik op het oneindige te verkondigen tóch door te gaan, alles voor de kunst! Met passie uiteraard, zoals het een echte kunstenaar betaamt.

To dust, olieverf op doek, 2011

Liefde en kunst

Kunst is een verrijking, zeggen kunstliefhebbers en kunstenaars. Maar dat is makkelijk praten. Zoals Pablo Picasso het stelde: “In de kunst zijn bedoelingen niet voldoende, zoals we in Spanje zeggen: liefde moet bewezen worden door feiten en niet door bedoelingen.

En wat zijn dan die feiten? Waaruit blijkt die liefde voor de kunst? Is het de kunstenaar die tegen beter weten in door blijft ploeteren? Zijn het de creabea-workshops in het buurthuis? Is het de galeriehouder die met een stichtelijke woordje de expositie opent? Zijn het artiesten die stad en land afreizen langs diverse podia? Of is het de bevlogen aanklacht van de museumdirecteur in één of andere talkshow?
Niet alle kunstzinnigheid is van waarde.

Nutteloze vrijheid

We kunnen over kunst wel hoogdravend doen, maar in de praktijk is het vaak van ondergeschikt belang. Want tijd is geld, kennis is macht en kunst is voor de ontspanning. Althans zo simpel lijkt het vaak.

Maar ondanks dat kunst voor velen ontspannend, leuk en decoratief kan zijn, gaat kunst in wezen over vrijheid. En dan bedoel ik niet de vrijheid van wat zullen we zondagmiddag eens gaan doen?
Nee, de vrijheid van kunst is zonder doel.

Deze belangeloosheid geeft de kunst ruimte om te laten zijn wat zij is. In deze vrijheid kan alles bestaan in zichzelf, waarachtig zoals het is. De kunst heeft geen doel en alle eigenschappen, betekenissen en belangen die eraan worden toegeschreven, zeggen weinig over de kunst, maar des te meer over degene die deze waarden verkondigen.

Alleen vanuit vrijheid kan ware kunst ontstaan, zonder oordeel weerkaatst het ons verlangen.

Atelier 2012

Tabula rasa van kunst

Eva Hesse schrijft in een Untitled Statement (1960) dat ze zich herinnert dat ze ‘non art’ wilde maken. Een antropomorfe kunst, van een andere soort, vanuit een totaal ander referentiepunt. En ze vroeg zich hierbij af of dat mogelijk is. Ja, concludeert ze, ‘That vision or concept will come through total risk, freedom, discipline. I will do it.’

Naar aanleiding van dit citaat van Eva Hesse, vraag ik me af of het mogelijk is kunst te maken als een onbeschreven blad, om volkomen oorspronkelijk de kale essentie te verbeelden. Als een tabula rasa, met open ogen die alles voor het eerst zien.

Geen blanco schilder

Schilderen is een visuele activiteit. Kijken, opnieuw kijken en weer kijken. Soms zie je iets pas nadat je afstand hebt genomen, soms zie je het pas door lang en nog langer te kijken. En niets is wat het lijkt en alles verandert.

Maar een schilder is geen tabula rasa. Voor de schilderskwast ter hand is genomen, loopt de schilder waarschijnlijk al een tijdje rond op de aardkloot en is daarmee geen onbeschreven blad meer.

Gekleurde waarneming

De waarneming van de schilder is beperkt en subjectief. Niet alleen de conditie en vermogens van de zintuigen bepalen de wijze waarop prikkels worden verwerkt, ook de aandacht, het doel van waarnemen, de houding en verwachtingen beïnvloeden hoe en wat er wordt waargenomen.

De wijze waarop waarnemingen worden verwerkt is het resultaat van verschillende invloeden, zoals behoeften, ervaringen en de staat waarin de waarnemer zich bevind op het moment van waarnemen. Zowel de kunstenaar als de kunstbeschouwer zijn beiden geen tabula rasa.

Kunst en werkelijkheid

Zo bekeken is waarnemen en dus ook een schilderij wat je zou kunnen opvatten als een product van waarneming, geen blanco onbeschreven blad. Het is gevuld met aannames, veronderstellingen en subjectieve belevingen.

Het kunstwerk kan gezien worden als een spiegeling, een interpretatie of een vertekening van de werkelijkheid. Maar wat het ook is, het is nooit gelijk aan de werkelijkheid buiten zichzelf, waar het mogelijk naar verwijst of op de één of andere manier mee verbonden is.

Meer dan een zelfportret

Er zijn kunstenaars die graag vertellen dat ieder kunstwerk wat ze maken een zelfportret is. Ook al is het een wit schilderij met één zwarte stip. Het is zogezegd de ziel en zaligheid die de kunstenaar in zijn werk legt. Dit klinkt misschien interessant, maar wie zit er nog te wachten op de zoveelste persoonlijke drol van een kunstenaar?

Als het kunstwerk voornamelijk een product is wat betrekking heeft op de kunstenaar zelf, dan is de kans groot dat het niet het subjectieve overstijgt en weinig ruimte laat aan de beschouwer. Een geschilderd portret heeft kwaliteit wanneer het meer zegt dan alleen ‘dit is Jan’.

Autonome kunst

Je kunt het kunstwerk ook opvatten als een product van waarneming wat op zichzelf staat. Het is geen afspiegeling van de werkelijkheid, maar een werkelijkheid op zichzelf. Het kunstwerk ontstaat niet uit het niets, maar is een nieuw autonoom voortbrengsel uit een velerlei iets.

Of zoals G. Braque het formuleerde, het schilderij is geen imitatie van een wereld, maar het is een wereld op zichzelf. Het schilderij wil niet ‘een anekdotisch feit reconstrueren’, maar een ‘picturaal feit constitueren

Onmogelijk waardevol

Hoe ontstaat het schilderij? Wat valt er op het onbeschreven blad? Hoe weerkaatst het licht en kleurt het ongeziene? Wat is de oorsprong van het kunstwerk? Is het de diaprojector van Plato die spiegelbeelden flikkert in het donker?

Kunst is voor mij een vorm van weten wat niet weet. Waarbij de beeldtaal net als in andere talen en zoals de zintuigen zelf zijn beperkingen heeft.

Misschien is kunst zoals Eva Hesse schrijft het onmogelijke willen in de overtuiging dat het mogelijk is. En is dat de waarde en essentie van kunst, zoals W. F. Hermans schrijft:

”Het onmogelijke willen, een stellig teken van krankzinnigheid in het oog van de niet-schrijver, is voor de schrijver de kern van zijn kunst en het enige dat zijn leven de moeite waard maakt.”
Citaat W. F. Hermans uit Het sadistische universum.

Het kader

Het schilderij als kader, het welbekende idee van het raam met zicht op een andere werkelijkheid. Het schildersdoek is een raamwerk, een kader waarbinnen de compositie valt. Het formaat is bepalend voor de compositie, bepalend voor het beeld.

Een werkelijkheid in een werkelijkheid in een werkelijkheid.

Ik schilder een kader binnen het kader van het schilderij.
Kijk het is niet wat het lijkt, een werkelijkheid in een werkelijkheid in een werkelijkheid.

Het kader als openingszin

Ik schilder een kader als eerste opzet, als een literaire openingszin, als een incipit.
“Er was eens…” zegt het kader, “hoe het allemaal begon...” en  “het verhaal gaat…”.
Een kader als introductie op en een context voor het schilderij, in beeld en betekenis.

acryl op papier
acryl op papier, 14,7 x 21 cm. 2019.

Kunst en de ervaringshorizon

Je hebt mensen die voor ze een film gaan kijken eerst opzoeken waar de film over gaat, wie de acteurs zijn en in welk jaar de film gemaakt is. Maar je hebt er ook die zonder enig vooronderzoek de film direct gaan bekijken. Afgezien van de beweegredenen, hebben beiden hun voor- en nadelen. Bepaalde kennis over een film of kunstwerk zal de blik van de toeschouwer beïnvloeden, de wijze waarop dit gebeurt is individueel verschillend.

Kunst en kennis

De kunstenaar bepaalt volgens persoonlijke criteria of een werk al dan niet voltooid is en de beschouwer interpreteert vervolgens op zijn eigen wijze het kunstwerk.
Kennis, zoals het ontstaan, tijd, plaats en informatie over de kunstenaar, beïnvloedt de interpretatie. De context van het kunstwerk speelt dan een rol in de beoordeling van de beschouwer. Maar de context van de beschouwer zelf speelt eveneens een belangrijke rol in zijn kunstbeleving.

Kennis en werkelijkheid

Achtergrondinformatie kan worden opgevat als een verrijking, maar ook als een verarming. Het kan meer inzicht geven, maar ook de vrije interpretatie belemmeren.

Hans-George Gadamer stelt dat er geen duidelijke scheiding is tussen kennis en werkelijkheid, tussen interpretatie en het kunstwerk. De interpretatie van kunst kan niet los gezien worden van de toeschouwer als individu.

De subjectieve interpretatie

Er is geen methode welke altijd een juiste interpretatie van het kunstwerk geeft. Je kunt je ook afvragen of dat wenselijk zou zijn en waarom? Want wie of wat bepaalt wat een goede of minder goede interpretatie van een kunstwerk is? Bestaat er wel zo iets als een objectieve werkelijkheid?

Iedereen interpreteert vanuit zijn eigen persoonlijke ‘ervaringshorizon’, zoals Gadamer dat noemt. Hij stelt dat kunstbeleving een ‘versmelting van enerzijds de ervaringshorizon van de kunstenaar en anderzijds die van de beschouwer’ is.

Betekeniswaarde van kunst

De waarde van een kunstwerk zou je kunnen bepalen aan de hand van het aantal interpretaties. Hoe meer betekenissen het kan geven, hoe waardevoller het werk is. Hoe meer interpretatiemogelijkheden, hoe meer het te bieden heeft.
Het kunstwerk heeft dan dus niet één bepaald nut, maar is op velerlei wijzen van waarde

Wat is de waarde van ongeziene kunst?

Volgende vraag is dan of een kunstwerk wat niemand ziet of gezien heeft, daarmee ook geen enkel nut heeft? Met andere woorden, heeft kunst zonder beschouwer waarde?

Zie ook: Als er een boom omvalt in het bos en er is niemand in de buurt, is er dan geluid?
hergens.net/how-charming-is-divine-philosophy/

Zie ook: Denken over kunst, een kennismaking met de kunstfilosofie van A. Van den Braembussche Google books

scheidend vermogen

Spinoza

De Ethica van Spinoza is een bijzonder boek. De tekst is opgebouwd volgens een wiskundige logica met stellingen en definities. Het is filosofie en gaat over abstracte ideeën, maar ook over de praktijk van leven. Zowel in filosofische als persoonlijke betekenis is Spinoza een inspiratie.
Ik las Spinoza voor het eerst op de academie en onlangs heb ik bij het herlezen van de Ethica diverse inkttekeningen gemaakt.
Zoals deze twee inkttekeningen op papier, welke de titel hebben ‘Natural light’.

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Een bericht gedeeld door F. Suzanne Scholten (@fsuzannescholten)

Natural Light from F. Suzanne Scholten on Vimeo.

Grondwaarheid (axioma)
In de wereld van de dingen bestaat er geen enkel bijzonder ding, dat niet door een ander, dat machtiger en sterker is, kan worden overtroffen. Wat er ook bestaat, altijd is er iets machtigers (denkbaar) waardoor het kan worden vernietigd.

Ethica, Vierde deel, De menselijke knechtschap, Spinoza.

inkttekening op papier
inkttekening op papier
65 x 50 cm. 08/2018.

Zie ook:
Koninklijke bibliotheek, Spinoza: https://www.kb.nl/themas/filosofie/benedictus-de-spinoza

Zie ook: Het werkelijk wezen https://hergens.net/het-werkelijk-wezen/

Het werkelijk wezen

De wetten en regelen van de Natuur

“Niets geschiedt er in de Natuur dat aan een gebrek van haarzelf zou kunnen worden toegeschreven. De Natuur is immers steeds dezelfde, en overal ook zijn haar kracht en macht dezelfde, d.w.z. de wetten en regelen van de Natuur, volgens welke alles geschiedt en van de ene vorm in de andere overgaat, zijn altijd en overal dezelfde. Derhalve moet ook de aard van alle dingen, welke dan ook, uit éénzelfde beginsel worden verklaard, namelijk uit de algemeen geldige wetten en regelen van de Natuur.”

Citaat uit de Ethica van Spinoza, derde deel, over de Aard en oorsprong van de aandoeningen, voorrede.

Het streven

“Elk ding tracht, voorzover het van hem afhangt, in zijn bestaan te volharden.” (…)

“Het streven waarmee elk ding in zijn bestaan tracht te volharden is niets anders dan het werkelijk wezen van dit ding zelf.”

Spinoza, Ethica, derde deel, stelling 6 en 7.

Zie ook:
Koninklijke bibliotheek, Spinoza: https://www.kb.nl/themas/filosofie/benedictus-de-spinoza 

geïnspireerd door Spinoza, schetsboek

How charming is divine philosophy

Esse est percipi, zijn is waargenomen worden.
Als er een boom omvalt in het bos en er is niemand in de buurt, is er dan geluid?

“(…) when I shut my eyes, the things I saw may still exist, but it must be in another mind.”
Citaat uit ‘Theory of Vision and other select philosophical writings‘ van George Berkeley (1910) uit het hoofdstuk ‘Principles of Human Knowledge‘ (blz. 158 lees hieronder het volledige citaat).

How charming is divine philosophy

Volledig citaat ‘Theory of Vision and other select philosophical writings‘ van George Berkeley (1910) ‘Principles of Human Knowledge‘ (blz. 158):

“External things either imprinted by or perceived by some other mind.
(Ideas imprinted on the senses are real things, or do really exist; this we do not deny, but we deny
1. they can subsist without the minds which perceive them, or
2. that they are resemblances of any archetypes existing without the mind:
1. since the very being of a sensation or idea consists in being perceived, and
2. an idea can be like nothing but an idea.)
(Again, the things perceived by sense may be termed external, with regard to their origin, in that they are not generated from within, by the mind itself, but
1. imprinted by a spirit distinct from that which perceives them. Sensible objects may likewise be said to be without the mind, in another sense, namely,
2. when they exist in some other mind. Thus when I shut my eyes, the things I saw may still exist, but it must be in another mind.)”

inkttekening 2014