Model naar waarneming

Toen ik op de kunstacademie voor het eerst naar modeltekenen ging, verwachtte ik anatomie les te krijgen. Dat bleek niet het geval. Er was een model, naakt of gekleed, om na te tekenen en schilderen. Hierbij werden soms opdrachten gegeven en er was altijd een docent aanwezig voor tips en adviezen. Al met al geen anatomische ontleding van het lichaam, maar werken naar waarneming.

Waarneming en perceptie

Het gaat om kijken, heel goed kijken en nadenken over wat je nou eigenlijk ziet. Waarneming gaat niet alleen over kleur en vorm, maar ook over ruimte, licht en perceptie. Waarneming is meer dan alleen zien, het is met al je zintuigen aandachtig en bewust observeren.

Perceptie: een proces van verwerven, registreren, interpreteren, selecteren en ordenen van zintuiglijke informatie.

Naar waarneming schilderen

Schilderen naar waarneming is veel meer dan vastleggen hoe, bijvoorbeeld de narcissen bloeien. Het is de energie van de lente die voorzichtig, maar ook krachtig uit het donker oplicht. Het is de wind die de bloemen zachtjes heen en weer wiegt, het zijn bloembollen die elk jaar bloeien en weer afsterven, het is de bloemengeur, enzovoorts. Zoals Cézanne zei: “Je zou de geur van bomen kunnen schilderen.”. De manier waarop de schilder zijn model observeert en interpreteert, bepaalt mede de wijze waarop het model in materiaal wordt omgezet.

Picasso
Bearded man with cigarette and his model, Picasso, 1964.

Een realistische waarheid?

Ik teken wel eens portret, maar nooit in opdracht. Om de simpele reden dat ik geen zin heb in gezeur over of iemand wel of niet ‘lijkt’. Het gaat me niet eens zozeer om of ik wel vakkundig genoeg zou zijn, want misschien ben ik gewoon een slecht portret tekenaar, maar meer nog is het werken naar waarneming, of dat nou stilleven, landschap of model is, iets wat ik nooit doe met de intentie dat het ‘echt moet lijken’. Dat is totaal oninteressant vind ik. Want wat is echt, waarheidsgetrouw of realistisch? En waarom dan geen foto?

Autonome kunst

Het gaat om waarneming, perceptie en hoe je dat kunt omzetten in verf op doek. Hoe nieuwe kennis door waarneming ontstaat en hoe je deze kunt verbeelden. Hierbij gaat het nooit over een objectieve observatie en evenmin om enkel persoonlijk subjectieve interpretatie. Want beiden staan niet op zichzelf, maar zijn afhankelijk van een bepaalde context, van regels en van waaruit ze voortkomen.

Kunst is vrij en bepaalt zelf de regels en verandert deze ook weer als dat zo uitkomt. Kunst is een context op zichzelf. Zoals Braque mooi zei: het schilderij heeft niet de bedoeling ‘een anekdotisch feit te reconstrueren’ maar een ‘picturaal feit te constitueren’. Het kunstwerk is niet een imitatie van de wereld, maar het is een wereld op zichzelf.

Naaktmodel in de kunst

Terug naar modeltekenen. Het idee van anatomieles komt uit de Renaissance, destijds was er veel aandacht voor anatomie in de kunsten en het naakt werd als ideale schoonheid verbeeld. Naakt was niet nieuw in de kunst, dat kwam al voor in de prehistorie in de vorm van venusbeeldjes, welke symbool staan voor vruchtbaarheid. In de middeleeuwen werd het naakt onder invloed van religie afgebeeld in de vorm van goden en Bijbelse figuren, zoals Adam en Eva. In de 19e eeuwse kunst wordt het naaktmodel steeds vrijer en meer alledaags weergegeven. Dit ging niet zonder slag of stoot, want voorheen mocht het naakt alleen kuis en niet te uitdagend of te realistisch worden afgebeeld. Bekend voorbeeld is het schilderij ‘Le dejeuner sur l’herbe’ van Edouard Manet, wat men in 1863 heel schokkend vond, omdat in dat schilderij het naakt door Manet uit zijn traditionele context is gehaald. In de loop van de 19e eeuw wordt het naaktmodel een zelfstandig onderwerp in de kunst en is het in diverse stromingen een belangrijk thema. Zo komt het naakt als onderwerp veel voor in het impressionisme, expressionisme, symbolisme en kubisme. In de 20e eeuw wordt het naaktmodel vastgelegd door nieuwe media als film en fotografie. En uiteindelijk wordt in de jaren zeventig het (naakte) lichaam zelf tot kunst verheven in de vorm van performance en body-art.

work in progress – close up mixed media, model collage

Modeltekenen als oefening en nieuw materiaal

Modeltekenen is ook gewoon leuk om te doen en een goede oefening. In de loop der jaren heb ik heel veel model getekend en geschilderd. Het zijn vooral schetsen, omdat de meeste standen vijf tot tien minuten duren. Veel is rechtstreeks de vuilnisbak in gegaan of op later tijdstip weg gegooid. Je kunt niet alles bewaren en veel schetsen stellen niet veel voor. Sinds kort verwerk ik ook modelschetsen in collage en ander schilderwerk. De combinatie van werk naar waarneming en vrij (abstract) werk is interessant en geeft nieuwe mogelijkheden in beeldtaal.

Meer over waarneming: https://hergens.net/tag/waarneming/

Kunst en de ervaringshorizon

Je hebt mensen die voor ze een film gaan kijken eerst opzoeken waar de film over gaat, wie de acteurs zijn en in welk jaar de film gemaakt is. Maar je hebt er ook die zonder enig vooronderzoek de film direct gaan bekijken. Afgezien van de beweegredenen, hebben beiden hun voor- en nadelen. Bepaalde kennis over een film of kunstwerk zal de blik van de toeschouwer beïnvloeden, de wijze waarop dit gebeurt is individueel verschillend.

Kunst en kennis

De kunstenaar bepaalt volgens persoonlijke criteria of een werk al dan niet voltooid is en de beschouwer interpreteert vervolgens op zijn eigen wijze het kunstwerk.
Kennis, zoals het ontstaan, tijd, plaats en informatie over de kunstenaar, beïnvloedt de interpretatie. De context van het kunstwerk speelt dan een rol in de beoordeling van de beschouwer. Maar de context van de beschouwer zelf speelt eveneens een belangrijke rol in zijn kunstbeleving.

Kennis en werkelijkheid

Achtergrondinformatie kan worden opgevat als een verrijking, maar ook als een verarming. Het kan meer inzicht geven, maar ook de vrije interpretatie belemmeren.

Hans-George Gadamer stelt dat er geen duidelijke scheiding is tussen kennis en werkelijkheid, tussen interpretatie en het kunstwerk. De interpretatie van kunst kan niet los gezien worden van de toeschouwer als individu.

De subjectieve interpretatie

Er is geen methode welke altijd een juiste interpretatie van het kunstwerk geeft. Je kunt je ook afvragen of dat wenselijk zou zijn en waarom? Want wie of wat bepaalt wat een goede of minder goede interpretatie van een kunstwerk is? Bestaat er wel zo iets als een objectieve werkelijkheid?

Iedereen interpreteert vanuit zijn eigen persoonlijke ‘ervaringshorizon’, zoals Gadamer dat noemt. Hij stelt dat kunstbeleving een ‘versmelting van enerzijds de ervaringshorizon van de kunstenaar en anderzijds die van de beschouwer’ is.

Betekeniswaarde van kunst

De waarde van een kunstwerk zou je kunnen bepalen aan de hand van het aantal interpretaties. Hoe meer betekenissen het kan geven, hoe waardevoller het werk is. Hoe meer interpretatiemogelijkheden, hoe meer het te bieden heeft.
Het kunstwerk heeft dan dus niet één bepaald nut, maar is op velerlei wijzen van waarde

Wat is de waarde van ongeziene kunst?

Volgende vraag is dan of een kunstwerk wat niemand ziet of gezien heeft, daarmee ook geen enkel nut heeft? Met andere woorden, heeft kunst zonder beschouwer waarde?

Zie ook: Als er een boom omvalt in het bos en er is niemand in de buurt, is er dan geluid?
hergens.net/how-charming-is-divine-philosophy/

Zie ook: Denken over kunst, een kennismaking met de kunstfilosofie van A. Van den Braembussche Google books

scheidend vermogen

Visuele poëzie

In het boek ‘To the hand‘ over het werk van Terry Thompson, schrijft Arno Kramer over het avontuur van de beeldtaal:

“Wanneer je je voorneemt als kunstenaar om in beeldend werk je ‘ervaringen’ en visies met de menselijke zintuigen vorm te geven, kun je twee kanten op. Je laat in je tekening precies zien wat je wilt zeggen, je illustreert je visie met een duidelijk beeld. Of je zoekt meer het avontuur en probeert die zintuigen, die van zichzelf natuurlijk vormeloos zijn en dus abstract, via je gevoelens ook een mate van abstractie mee te geven. Maar zo dat het invoelbaar wordt voor de beschouwer dat er meer is dan slechts die verzameling lijnen en vormen.”

Beeldtaal

In het laatste geval wat Kramer omschrijft, ontstaat een persoonlijke en oorspronkelijke beeldtaal. Terry Thompson schrijft hier zelf over in een vergelijking van poëzie met beeldende kunst:

“Poëzie in haar meest zuivere vorm is nooit letterlijk, illustratief, of louter persoonlijk maar universeel.”
“(…) werk dat dezelfde associatie- en reflectiemogelijkheden kent. Men zou deze inherente poëzie kunnen omschrijven als beeldtaal van het onderbewuste.”

Het onderbewuste

Dromen en het onderbewuste zijn geliefd in de beeldende kunsten, denk aan het Surrealisme.

Het onderbewuste wordt vaak in verband gebracht met dat wat vergeten en verdrongen is. “Onbekend met, instinctmatig, onwillekeurig, zielenleven” volgens het Nederlands woordenboek Van Dale. En “Met het onderbewuste worden geestelijke processen bedoeld die niet, of niet onmiddellijk, toegankelijk zijn en die niettemin iemands gedrag kunnen beïnvloeden.” aldus Wikipedia.

Associatieve vrijheid

Poëzie en kunst komen niet alleen voort uit onbewuste processen. Daarom zou ik in deze context liever spreken van creatieve en associatieve vrijheid. Het is een wisselwerking, het onderbewuste bestaat ook niet zonder het bewuste. Het gaat om de vrijheid, het onbelemmerde spel, waarin creativiteit en associatie kunnen bloeien.

To the hand, Terry Thompson.

Zie ook website Terry Thompson: terrythompson.nl

Recensie voor Zuiderlucht

Voor maandblad Zuiderlucht schreef ik een recensie van de expositie ‘The Death of Melanie Bonajo. How to unmodernize yourself and become an elf in 12 steps‘ in het Bonnefanten museum te Maastricht.

De recensie is ook online te lezen: http://www.zuiderlucht.eu/bonajo-is-springlevend/

zaaloverzicht

Paint it

Bij galerie Witteveen is tot en met 12 juli de groepsexpositie ‘Paint it’ te zien. De tentoonstelling bestaat uit schilderijen en is samengesteld door beeldend kunstenaar Arno Kramer. Zelf bekend van zijn tekenwerk, heeft Kramer gekozen voor krachtige, kleurrijke en overwegend figuratieve schilderkunst.

Levensgroot opent de expositie met twee schilderijen van Niels Smits van Burgst en Stijn Peeters. Beide schilderijen tonen een man in een landschappelijke omgeving.
Mr Ivanov, the Squirrel and the disappeared Tumblr-boy” van Niels Smits van Burgst, toont een jongeman, schuin van boven bezien, staand langs een keienpad. De jongen kijkt ietwat onnozel schuin omhoog naar de beschouwer, alsof hij betrapt is en zich een houding aanneemt van “maar ik wist niet dat…”. Het linkerdeel van het schilderij bestaat uit leeg wegdek en wat berm begroeiing. Niels Smits van Burgst benut zijn schildersdoeken tot de laatste centimeter. Het zijn massieve bouwwerken, welke door de fragmentarische schilderstoets toch luchtig en levendig overkomen.
Op het schilderij ‘Bone (medival style)’ van Stijn Peeters staat een man licht voorovergebogen, met de handen aan zijn mond. Het landschap op de achtergrond is leeg en opgebouwd uit gelaagde wolkenpartijen, welke in de verte overgaan in een horizon.
Het schilderij heeft net als het doek van Smits van Burgst een directe schilderstoets, maar is minder massief en meer open in lagen geschilderd. Het licht komt van achter de man en strijkt over zijn schouders, wat het geheel een zekere dramatiek geeft. De houding van de man versterkt dit eveneens. De plantengroei op de voorgrond is echter geheel uitgelicht, waardoor de dramatiek een vervreemdende werking krijgt.

Stijn Peeters

 

Tegenover deze twee indrukwekkende schildersdoeken hangt werk van Maartje Overmars en René Korten. Deze werken zijn kleiner van formaat, maar geven een kordaat antwoord. Van zowel Overmars als Korten is de schildertechniek afstandelijker en een persoonlijke schilderstoets lijkt nagenoeg afwezig. In deze schilderijen speelt het toeval, de techniek en het materiaal verf, een belangrijker rol. Al doet het werk bijna plat en grafisch aan, het is suggestief en spreekt tot de verbeelding.
Beiden geven ze tegenwicht aan de overvloed van kleurrijke figuratie in de tentoonstelling. Ze brengen de kijker zonder omwegen naar de essentie: verf op doek.

Als tussenakkoord twee schildersdoekjes, welke verbonden zijn met olieverf; “The fragile situation of two canvases not attached to each other”. Deze voorstelling bestaat uit twee gearmde jongemannen in een landschap. Door de onderwerpskeuze, schilderstrant en overvloedige olieverf sluit dit werk van Sam Samiee goed aan bij de voorgaande schilderijen.
Bij Andrea Freckmann wordt het landschap vervangen door interieur. ‘Lotte und die Nachtfalter’ is een redelijk groot doek waarop een vrouw een bezwerende dans uitvoert in een slaapkamer waarin planten de ruimte overwoekeren. Schilderen is bij Freckmann ongecompliceerd en oogt eenvoudig, de voorstellingen zijn frivool en bevreemdend.

Van open gelaagdheid, toeval of prominente schilderstoets is bij ‘Studio’ van Koen Ebeling Koning geen sprake. Het schilderij is bedachtzaam opgezet als een uitgewerkte tekening en toont de kunstenaar in zijn atelier. Door de schilderwijze, maar ook door de bevroren houding van de schilder, doet het denken aan een afbeelding uit een stripboek.
Een sober gekleurd doek ‘Girls with white ribbons’ van Chantal Spit tempert de kleurrijkdom in de tentoonstelling. Vijf meisjes zitten in een kring, een aandoenlijk, maar beklemmend tafereel. Het werk van Spit is verraderlijk van eenvoud, in de vlot geschilderde penseelstreek is een onbestendige sfeer gevangen.
Mirjam Hagoort sluit hierbij aan in grijstonen. Haar werk, een serie campinglandschappen, helt over de grens van schilderen naar mixed media en grafiek.

Na het ingetogen werk van Hagoort komt het in de achterruimte tot een kleurexplosie met de schilderijen ‘Synchronized’ en ‘Yours for ever’ van Gé-Karel van der Sterren.
Deze schilderijen doen evenals ‘Studio’ van Ebeling Koning denken aan stripboeken, vooral de beeldtaal van ‘Synchronized’. Echter bij Van der Sterren gaat het schilderij verder dan de voorstelling, welke verhalend en bijna gimmicks zijn. De schilderijen zijn vurig van kleur, spottend van voorstelling en tonen met compassie de onmachtige mens.

Gé-Karel van der Sterren

 

Ook bij Kars Persoon staat de mens centraal, maar dan op een meer intuïtieve wijze. Met een verfijnd palet worden de figuren vanuit verschillende invalshoeken geschilderd. Solide vorm wisselt af met transparantie en grove textuur met verfijnde details.
In de projectruimte verrast ‘The chair’ van Koen Ebeling Koning. Dit poëtische schilderij heeft net als ‘Studio’ het eigen atelier als onderwerp. Het toont een stoel staande voor een schilderij waarop twee liggende personen zijn afgebeeld.
Ook in de projectruimte hangt ‘Artist (for sale)’ van Smits van Burgst, waarop de kunstenaar zich voortsleept in de chaos van zijn atelier.

Tot slot zijn op de bovenverdieping naast Sam Samiee de portretten van Carla Kranendonk te zien. Zij combineert schilderen onder meer met collage. De Afrikaans aandoende portretten zijn statig, rijk gedecoreerd en kleurrijk.

Paint it’ laat de vitaliteit van de schilderkunst zien.
Ondanks de bonte stoet aan schilderijen blijft de tentoonstelling in balans.
De onderwerpen en schilderwijze hebben binnen de expositie hier en daar overeenkomsten, zoals figuratie, kleurgebruik, maar een duidelijke samenbindende thematiek is er niet.
Arno Kramer heeft zich in zijn keuze niet laten leiden door een specifiek onderwerp of thema, maar gekozen voor enthousiasme, toewijding en overgave aan de schilderkunst.

Deelnemende kunstenaars:
Koen Ebeling Koning, Andrea Freckmann. Mirjam Hagoort, René Korten, Carla Kranendonk, Maartje Overmars, Kars Persoon, Stijn Peeters, Sam Samiee, Niels Smits van Burgst, Chantal Spit, Gé-Karel van der Sterren.
Samenstelling o.l.v. Arno Kramer

Expositie ‘Paint it’ is te zien tot en met 12 juli 2014
Openingstijden: dinsdag t/m zaterdag 12-18 uur
Galerie Witteveen – Witteveen visual art centre
Konijnenstraat 16 A, Amsterdam
06/2014, F. Suzanne Scholten

Zie ook: Nieuwe Romantiek bij Galerie Witteveen https://hergens.net/nieuwe-romantiek-bij-galerie-witteveen/

Nieuwe Romantiek bij Galerie Witteveen

Recensie geschreven naar aanleiding van Workshop Kunstkritiek o.l.v. R. Perrée 2013.

De expositie ’Connected in difference’ in galerie Witteveen toont werk van 19 kunstenaars, van wie de meer dan 40 werken zeer uiteenlopend in stijl, onderwerp en vormgeving zijn. Gezamenlijk dragen zij met deze expositie een nieuwe romantiek uit. Een romantiek, waarin de mens zich niet enkel verhoudt met het grootse en natuurlijke landschap, maar waarin hij is overgeleverd aan zichzelf en zijn lot, in een wereld vol schoonheid, magie en rampspoed.
De tentoonstelling neemt je mee in een onbekende wereld, waarin bekoorlijkheid en beklemming elkaar afwisselen. Een opmerkelijk onderdeel zijn de statements van de deelnemende kunstenaars in woord en beeld.

Door de grote verschillen onderling vallen sommige werken uit de toon. Zoals de figuratieve foto’s van Marrigje de Maar en Harvey Lisse, welke op klassieke wijze verstilling en verlatenheid verbeelden. Bij nadere beschouwing van de expositie zijn deze foto’s als lijm en houden ze de expositie in balans. Zonder deze werken, waaronder ook de foto’s van Wout Berger, zou de expositie overhellen in dramatiek. Behalve als rustpunt, zijn zij als de triangel in het orkest, en geven extra subtiliteit aan de expositie.

Ander werk spreekt zich sterker uit en draagt de expositie. Zo word je bij binnenkomst meteen getroffen door het kleurrijk vrouwenportret van Gé-Karel van der Sterren. De verf is direct en hier en daar zeer pasteus op het doek aangebracht. Het kleurgebruik doet tropisch aan. De vrouw draagt een hoofdtooi in de vorm van een 18e eeuwse pruik. In tegenstelling tot het landschap en haar kledij bestaat haar gezicht en buste uit smeuïge vleesgeworden verfstreken, welke een landschap op zich vormen. Vanachter de verflaag kijkt ze ietwat verweesd opzij het beeld uit. De toon is gezet.

Gé-Karel van der Sterren, Z.T.

De kunstwerken in de tentoonstelling verleiden het oog met sprankelende kleurcombinaties en geraffineerde details. Ook de rangschikking van de werken onderling is weloverwogen. Elegant op elkaar aansluitend, dan weer onverwacht contrasterend.
In de eerste zaalruimte sluiten de werken poëtisch op elkaar aan in kleur en vormtaal. De bijna zoete kleurcombinaties overstemmen een zwarte grondtoon. Zoals de satijnen parasol en paraplu van Martin Fenne bescherming bieden tegen felle zon en regen.

Wat verderop in de expositie bekruipt hetzelfde gevoel je, wanneer je de foto’s van Diana Blok bekijkt. Op een zonnig strand slapen twee mannen, ’Sleepers with slippers’ is de titel, maar door de synchrone liggende houding met opgetrokken been, vraag je jezelf af of de mannen wel slapen of dat ze op iets wachten. Een volgende foto toont een zwevende man boven de horizon van de zee. Hij hangt in de lucht, op het dode punt, waarop de zwaartekracht het elk moment kan gaan overnemen. Als een Icarus, zwevend vrij met de eindeloze zee als achtergrond, maar gedoemd om naar beneden te vallen. De derde foto van Diana Blok toont een man, op de buik gelegen op een steiger aan het strand. Ook hier rijst de vraag wat de man daar doet. Op de buik gelegen met zijn hand onder de borst en met een doek om zijn hoofd, geeft hij, ondanks de titel ‘Sleeper in love’, niet de indruk ontspannen te slapen. Zijn houding en het strand bij eb geven meer de indruk dat hij is aangespoeld. Leeft hij eigenlijk nog wel?

Diana Blok, Sleeper in love, foto, ed. 2/5

In de derde en grootste zaalruimte komt de nieuwe romantiek volledig tot uiting. Een wereld waarin niets is wat het lijkt en de kijker is overgeleverd aan illusies.
Het schilderij van Gé-Karel van der Sterren toont in felle, bijna fluorescerende kleuren twee achtergelaten pumps en wat kleding op het strand. In de verte, aan de zeelijn, staat een vrouw. De lucht is donker en dreigend. Wacht ze op mij, als beschouwer, of ik ook het water in zal gaan? Of kijkt ze vertwijfeld achterom? Hier is geen sprake van een ongecompliceerde strandvakantie.
In de levensgrote ets ‘Verrijzen’ van Paul van Dongen, komt de vrije val van Diana Blok terug. Hierop zijn drie naakte mannen afgebeeld op het moment dat ze in de lucht hangen. Ze springen tegelijkertijd omhoog, maar het kan evengoed zijn dat ze worden weggeblazen door een explosie. De afgewende hoofden en de afwerende arm versterken dit laatste. Maar een realistisch oorlogstafereel is het niet, want ze zijn naakt. De vraag is welke kracht verheft deze mannen?
Van zoete kleur is allang geen sprake meer in de grote tekening ‘Beasts of Bethlehem’ van Ron Amir. Vol symboliek wordt hier een fragmentarisch visioen verbeeld in contrastrijk zwart en wit.
Hiertegenover staat de beeldengroep van Paul de Reus; een man, vrouw en kind. Het kind heeft in zijn ene arm een schaal pruttelende zeepsop en in zijn andere hand een bellenblaas. De man en de vrouw, die tegenover het kind staan, neigen hun hoofden naar elkaar toe, waartussen een grote doorzichtige luchtbel is geklemd. Zo houden ze samen de illusie hoog.
In deze grote zaalruimte is de symboliek niet mis te verstaan, de boodschap is duidelijk. De droom kan elk moment omslaan in een nachtmerrie.

Om aan deze dreiging te ontkomen, biedt een smalle doorgang naar de ruimte met werk van Hamid el Kanbouhi uitkomst. De besloten ruimte is als een kleine tempel, waar je tijdelijk tot rust komt. De keramische beeldjes in het midden en de schilderijen sluiten perfect bij elkaar aan en zijn harmonisch opgesteld. De kleine reeks schilderijen zijn opgebouwd uit verschillende lagen, alsof de maker de onderlaag heeft overgeschilderd. Vanuit deze maskerade verschijnen steeds nieuwe figuren. Als een optische illusie doen deze denken aan de zaal-strik van René Daniëls. En zo blijkt ook hier niets te zijn zoals het lijkt.

Hamid el Kanbouhi, Kamschierologie, Het Nieuws, keramiek

Van Chantal Spit hangen in de bovenruimte een aantal schilderijen, waaronder ‘Twee meiden’. Hierop staan twee ouderwets en onschuldig aandoende meisjes in een grauw landschap. Zij wachten op wat er komen gaat. In dezelfde ruimte hangt de tekening – installatie van Joyce Zwerver. Op het eerste gezicht een verzameling vieze tissues, totdat je opeens hier en daar figuren ontdekt in de vlekken. Ze doen denken aan negatieven van foto’s. De bevlekte tissues krijgen een lading, alsof het sporen zijn van een gebeurtenis. Doordat ze geordend in rijen hangen, wordt het beeld versterkt dat het hier gaat om een reconstructie of bewijslast.

De expositie ‘Connected in difference’ toont een veelzijdig beeld van een begoochelde wereld, waarin esthetiek en subtiele ironie het onheil op afstand houden. Een illusoire belevenis, waarbij zowel gevoel als verstand worden aangesproken.

De kunstenaarsstatements zijn ontnuchterend. Zoals het bevrijdende statement van Chantal Spit luidt: “De vogel zingt, omdat de vogel zingt.”.

De expositie bij galerie Witteveen is nog te zien tot en met 21 december 2013.

Deelnemende kunstenaars:
Ron Amir, Wout Berger, PJ Bruyniks, Diana Blok, Paul van Dongen, Martin Fenne, Hamid El Kanbouhi, Jasper van der Graaf, Nour-Eddine Jarram, Esther Jiskoot, Harvey Lisse, Marrigje de Maar, Joachim Nieuwhof, Paul de Reus, Eva Roovers, Kura Shomali, Chantal Spit, Gé-Karel van der Sterren en Joyce Zwerver.

Curators: Rob Perrée en Oeke Witteveen

Witteveen visual art centre
Openingstijden: dinsdag t/m zaterdag: 12:00 – 18:00 uur
Konijnenstraat 16 A – 1016 SL Amsterdam
t. 020 – 623 96 84
www.galeriewitteveen.nl

15 dec. 2013, F. Suzanne Scholten

De mythe van de melancholische kunstenaar

December 2012, F. Suzanne Scholten ©

Waarom spreken Pollock, Van Gogh, Virginia Woolf en andere getroebleerde kunstenaars voor zo velen tot de verbeelding? Hoe is deze mythe rond de melancholische kunstenaar ontstaan en waarom blijft deze maar terugkomen? En in hoeverre doet deze mystificatie recht aan de realiteit van creativiteit en depressie?

Na een korte omschrijving van de ontstaansgeschiedenis, wil ik hier enige kanttekeningen plaatsen ten opzichte van dit beeld en waarom het naar mijn idee niet bijdraagt aan de realiteit van wat creativiteit en depressie is. Ondanks dat creativiteit en depressie vaak met elkaar in verband worden gebracht, is in wezen depressie allesbehalve creatief.

Het kunstenaarschap
De praktijk van de kunstenaar heeft zich in de loop der tijden ontwikkeld van ambacht tot een meer zelfstandig autonoom beroep.
Tot in de middeleeuwen had het kunstenaarschap weinig aanzien. Er werd onderscheid gemaakt tussen de ambachtelijk kunsten (artes mechanicae) en de vrije kunsten (artes liberales).
Monnik Theophilus Presbyter schreef rond 1100 over de kunst als ambacht, een handwerk in dienst van God. Aan de hand van begrippen als inventio en ingenium bracht hij de kunst in verband met religieuze gevoelens (Diversis Artibus).
De positie van de kunstenaar ontwikkelde zich verder door een toename van het aantal opdrachtgevers en de groei van opdrachten. Eind 13e eeuw gaan kunstenaars zich organiseren in gilden, welke eind 16e eeuw min of meer werden overgenomen door nieuw opgerichte academies.

Zelfbewustzijn en het zelfportret
Het groeiende zelfbewustzijn en de verschillende rollen die de kunstenaar zich eigen maakte is terug te zien in het thema van het zelfportret.
De persoon van de kunstenaar werd steeds belangrijker, dat begon in de renaissance in Italië. Daar begonnen kunstenaars hun werk te signeren in de vorm van kleine zelfportretjes verwerkt in het schilderij.
Het zelfportret wordt uiteindelijk een zelfstandig thema in de kunsten en het aanzien van de kunstenaar nam toe. Dit bleek ook uit de diverse autobiografieën die van kunstenaars verschenen.
Het toenemende zelfbewustzijn is verder terug te vinden in diverse literatuur en kunstwerken, zoals grafkunst, decoratieprogramma’s en in autonome zelfportretten vanaf midden 15e eeuw.
Er werd onderscheid gemaakt tussen de hofkunstenaar, de academische geschoolde kunstenaar en de niet-academische op de vrije markt gerichte kunstenaar. In het zelfportret speelt de kunstenaar met zijn rol en de manier waarop hij zich wenst te presenteren, dat kon variëren van edelman, hofkunstenaar tot geleerde.

Rembrandt van Rijn (1606-1669) maakte vele zelfportretten, waarin hij verschillende typen kunstenaars toonde van hautain, feestelijk tot realistisch en pretentieloos.

Rembrandt van Rijn (1606-1669) maakte vele zelfportretten, waarin hij verschillende typen kunstenaars toonde van hautain, feestelijk tot realistisch en pretentieloos.

Creatieve drift
De artistieke persoonlijkheid van de kunstenaar kreeg gaandeweg steeds meer belangstelling. Kunstenaars kregen eigenschappen toegedicht als goddelijk geïnspireerd, excentriek en grillig. Het beeld van de kunstenaar als kind van Saturnus, met een creatieve melancholische karakterstructuur, deed zijn entree.
Ook de beoordeling van kunstwerken veranderde en de kunstkritieken werden meer persoonlijk en psychologisch. Daarbij werd de kunstenaar wel gezien als goddelijk geïnspireerd en bezeten door creatieve drift.
Een bekend voorbeeld is Michelangelo (1475-1564), wiens creativiteit als goddelijke eigenschap werd benoemd, daarnaast was hij eigenzinnig en leed aan depressies.
Al met al begint hier het beeld te ontstaan van de kunstenaar als creatief melancholicus, wat in de loop der tijd een eigen en geromantiseerd leven is gaan leiden.

Saturn (Kronos) – Salvador Dali (1904 – 1989)

Bohémien, dandy, revolutionair
Het imago van de kunstenaar nam verschillende vormen aan, van bohemien, dandy tot revolutionair.
Het kunstenaarsbeeld van de bohémien komt na 1830 op, de kunstenaar als zigeuner, onbekommerd ongebonden vrij, maar wel succesvol. Er zijn verschillende soorten bohémiens, zoals te lezen is in het boek Scènes de la vie de bohéme van Henri Murger uit 1851. Het bekendste type is wel de miskende kunstenaar, armoe troef, met een afkeer van de maatschappij en bovenal een grote liefde voor de kunst.
Dan de dandy, dit type ontwikkelde zich in de 19e eeuw vanuit Engeland. Voorbeelden hiervan zijn schilders als Delacroix en Manet of schrijvers als Baudelaire. De dandy gedraagt zich hautain en elitair, wat zich uit in uiterlijk vertoon en provocerend gedrag.
Maar er komt kritiek op het kunstenaarsbeeld van de ivoren toren. Eind 18e eeuw wil men meer engagement, er is behoefte aan democratie en maatschappelijke betrokkenheid. Kunst moet mensen inspireren, motiveren en richting geven. Deze revolutionaire kunstenaars zetten zich af tegen de dandy’s, de bohemiens en de grillige genieën. Ze hebben politieke idealen en geen behoefte aan flamboyante kleding.

Tegenwoordig kan de kunstenaar kiezen en zich allerlei rollen aanmeten, van vernieuwer, revolutionair, ondernemer, maatschappelijk werker tot eigenzinnig excentrieke outsider. Dit heeft te maken met de huidige positie van de kunstenaar. Was het vroeger duidelijk wat er van hem of haar werd verwacht, tegenwoordig zijn daar veel meer verschillende invullingen aan te geven.
De verschillende opvattingen over het kunstenaarschap zijn zeer uiteenlopend, er is zou je denken voor ieder wat wils. Maar het is ook betrekkelijk, veelal ligt de nadruk op de presentatie van de kunstenaar als persoon, inmiddels een kunst op zich. Een kunstenaar zei: “Ja, je moet je wel weten te presenteren als kunstenaar, dat gaat van je website tot aan je kledingstijl aan toe.” Nu begrijp ik deze opmerking wel, maar de vraag is hoe belangrijk het is; hoe serieus je het neemt en vooral hoe ver je daarin wilt gaan? Want ook dit is een stijlkeuze, welke in het beste geval overeenstemt met het eigenlijke werk als artiest.

Frans schrijver en dandy, Robert de Montesquiou (1855-1921) geportretteerd in 1897 door Giovanni Boldini (1842-1931)

De depressieve mythe
Het beeld van de kunstenaar als melancholische einzelgänger is niet voor niets nog steeds een voortlevende mythe. Een geromantiseerd beeld wat voor velen tot de verbeelding spreekt, de doldwaze ziener, geniale gek, de aantrekkingskracht van de zelfkant.
Er zijn meerdere beroemde depressieve kunstenaars op te sommen, maar laten we wel wezen, niet iedereen die aan stemmingswisselingen lijdt is creatief en heeft talent. Er zijn nog altijd heel veel mensen met depressie die niet creatief zijn of niet uitblinken op hun vakgebied. Creativiteit wordt graag in verband gebracht met melancholie en gekte, maar in feite komen stemmingswisselingen en depressie voor in welke doelgroep of vakgebied dan ook.

Daarnaast zijn er verschillende vormen van depressiviteit te onderscheiden, waar in deze hele context vaak gemakkelijk aan voorbij wordt gegaan.
Er mag dan de laatste jaren steeds meer aandacht zijn voor psychische stoornissen, zoals depressie, maar behalve dat er meer pillen worden voorgeschreven, blijft het praktisch gezien een taboe. Er is bij de meesten maar weinig bekend over wat het praktisch inhoudt en het zijn vooral clichés die rond gaan. Men denkt al snel te weten wat depressie is, is zelf ook wel eens depri of het is dwepen met het afgesneden oor van Van Gogh. Veel ertussenin is er schijnbaar niet.

De beroemde en vaak extreme voorbeelden van kunstenaars, schrijvers en wetenschappers die grote hoogten wisten te bereiken, deden dit zeer waarschijnlijk niet tijdens het dieptepunt van een depressie, maar in een kleine opleving, ervoor, erna of tijdens een manische fase. En wat in het romantische beeld van de getergde kunstenaar maar vaak genoeg wordt vergeten, is dat een groot aantal van hen voortijdig het leven beëindigde, niet bepaald romantisch.

Outsider art – Psychedelisch landschap – Jan Kervezee

Outsider art
Depressie is een staat van passiviteit en negativiteit, dit levert dan ook weinig kunstigs op. Het kan mogelijk naderhand wel voor inspiratie zorgen, maar alleen dan wanneer het omgevormd of in een perspectief is geplaatst. Het gaat erom dat er een bepaalde afstand en relativering mogelijk is.
Kunst komt voort uit een weloverwogen daad. De maker is zich bewust en zeker van wat hij/zij aan het doen is en heeft daarover nagedacht. Daarbij is er sprake van enig kunstbegrip. Het moet zichzelf kunnen overstijgen, anders is het creatieve therapie.
Hierin ligt een verschil met de zogenaamde outsiderkunst van psychiatrische patiënten. Hierbij is veelal sprake van een ander soort noodzaak of behoefte om iets te maken. Maar een eenduidige, heldere grens is hierin niet te trekken.

Allesbehalve creatief
Creativiteit heeft van doen met vrije associatie en een inventieve manier van waarnemen, denken en doen.
Depressie daarentegen is star, dodelijk vermoeiend en allesbehalve creatief.
Er is hier natuurlijk nog veel meer over te zeggen, maar kortom staan een beetje gespeelde melancholie en prettige gestoordheid wel artistiek, maar heeft het in werkelijkheid niets te maken met het leven met depressies.

December 2012, F. Suzanne Scholten ©