Het ongeziene landschap

De waarneming beweegt mee met de beschouwer.

Het landschap wordt waargenomen op het moment dat de beschouwer zich in het landschap bevindt. Op een ander moment ligt het landschap buiten bereik en kan het bestaan ervan alleen worden verondersteld, ongezien. In die zin is het landschap een aanname of een veronderstelling, wat als idee kan worden opgevat.

Maar het ongeziene landschap is geen droomlandschap, want de veronderstelling is gebaseerd op eerdere waarnemingen, die verwijzen naar een concreet bestaand landschap. Een op een zekere tijd waargenomen plaats.

Het gaat ook niet om een subjectieve landschapsbeleving of een ideaalbeeld, maar om het landschap als een bestaand gegeven, ongeacht of je daar nu wel of niet getuige van bent. Het landschap bestaat in zichzelf, gezien en ongezien.

2013, F. Suzanne Scholten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *